Ik heb een paar keer contact gehad met de arts die mij wil opereren. Precies, die mij wil opereren. Hij doet zelf de planning en in de vakantiemaand hebben ze maar één operatiekamer ter beschikking, voor de KNO dan. Hij is zelf ook een paar weken weg. Zijn collega kan het ook doen maar hij wil mij zelf opereren, op zich ook een goed teken. Dus wordt het 5 september. Spannend. Dan een brief van het ziekenhuis, de operatie wordt uitgesteld. Weer bellen, we hadden toch duidelijk een datum afgesproken. Klopt maar er komt iemand tussen, een spoedgeval. Maar dan hoef ik toch geen 14 dagen te wachten? 14 dagen, nee hoor het is maar één week. De dame die ik aan de telefoon heb kleurt rood tot in mijn schermpje. O, sorry meneer, ik heb een fout gemaakt. Nee, het is de twaalfde. Nogmaals excuses en met de mededeling dat dit definitief is blaas ik stoom af. Wat zou er gebeurd zijn als ik niet gebeld had. Echt, je moet alles zelf in de gaten houden en dat is eigenlijk ook weer een goede afleiding.

Een dag voor de operatie meld ik me op de afdeling. Ik kom op een kamer waar nog een man ligt. Wel rustig want die is aan zijn keel geopereerd en kan niet praten, communiceren doen we met briefjes. ’s Avonds maak ik een foto van mijn galgenmaal en stuur die met een whatsapp naar de kinderen, die vinden dat ik goed verzorgd wordt.

 

De verpleger die de nacht doet legt uit wat er de volgende morgen gaat gebeuren. “Ik maak u om 6 uur wakker, dan kunt u zicht wassen, scheren, douchen en krijgt u een operatiehemd aan. U mag niets meer eten of drinken en krijgt wel nog een pilletje om kalm te blijven. Als u dat wilt mag u een pilletje om in slaap te komen. U wordt voor zeven uur opgehaald en naar de ok gereden”. Ik heb het idee dat die twee pilletjes niet gewerkt hebben, ik heb geen oog dicht gedaan en echt kalm ben ik de volgende ochtend niet.

Na het douchen wacht ik gedwee op de transporttroepen.  Mijn kamergenoot zwaait naar me en die heb ik daarna niet meer gezien. Bij de OK kom je in een soort sluis, de transportman mag niet naar binnen en de mensen binnen mogen daar niet uit. Dat geeft een goed gevoel, want de angst voor het oplopen van een ziekenhuisbacterie ligt op de loer. In de OK moet ik op een bedje stappen, nou zeg maar een plankje. Hoofd in de juiste stand. Ze hebben de vorige dag, tijdens het laatste gesprek met de arts en zijn assistente, aan de kant waar ik geopereerd word een grote zwarte stip in mijn oor gezet. Ik heb een tijdje in de war gezeten over hoe ze dadelijk aan mijn kale hoofd kunnen zien of ze wel aan de juiste kant beginnen. Dat lossen ze op met die viltstift. De man die de narcose in orde gaat maken prikt een gaatje in mijn arm en zegt dat hij mij gaat voorbereiden voor de operatie. Ik wil nog vragen of ze straks wat meer buikvet kunnen weghalen, maar ik ben te laat, ik word even over vieren wakker op de PACU. Dat is een soort Intensive Care maar dan anders.

Nou ben ik best weleens misselijk geweest, maar dit is anders, dit komt uit je hoofd. Als ik mijn ogen open doe moet ik spugen, maar er is niets om te spugen. En ik mag niets drinken en er is ook niets tegen, zegt de verpleegkundige. Deze operatie is er berucht om zegt ze, dat komt omdat een evenwichtsorgaan weg is en daar moet je aan wennen. Dat mijn evenwichtsorgaan zou worden opgeofferd, dat wist ik wel, maar dat je er zo verschrikkelijk misselijk van wordt, dat hebben ze wijselijk verzwegen. Dan hou ik mijn ogen maar dicht. Ondertussen hoor ik alle kastjes piepen en monitoren. Elke 10 minuten wordt je arm afgeklemd door een kastje dat de bloeddruk meet. Van slapen kan ik alleen maar dromen.

Na een uur komt een verpleegkundige functie testen. Leuk, ik moet mijn ogen opendoen want daar moet ze met een lampje in schijnen. Spugen!!! Ze zegt dat er bezoek is, mijn vrouw en dochter. Ze aaien over mijn bol en houden mijn hand vast, ik kijk niet naar ze, als ik dat wel doe, spugen!!! Jezus, dat zal toch wel een keer overgaan. Nee, dat gaat de hele nacht door, elk uur de functietest en dus elk uur spugen.