1. U traint 2 x daags;

  2. U doet alle bewegingen met de ogen open, ook als de kamer voor uw ogen begint te draaien;

  3. Elke beweging op zichzelf wordt 5 x na elkaar herhaald alvorens aan de volgende beweging te beginnen;

  4. Wordt u tijdens een bepaalde beweging duizelig, blijft u dan in die houding waarin u duizelig werd, met de ogen open en wacht tot de duizeligheid verdwenen is alvorens de beweging te herhalen. Zodoende kan de aangeboden prikkel goed op uw evenwichtsorgaan inwerken;

  5. Ook al wordt u niet duizelig bij een bepaalde oefening, dan nog blijft u in de aangenomen houding gedurende 10 seconden;

  6. Alle bewegingen mogen in een flink tempo gebeuren;

  7. U moet de moed opbrengen alle oefeningen 2 x daags uit te voeren, ook de moeilijkste, de oefeningen die u nu ziek maken.

Oefeningen + duizeligheid + 10 seconden = 5 x uitvoeren.

Oefeningen

Op bed:

Oogbewegingen: in het begin langzaam, geleidelijk sneller uitvoeren.

  1. Omhoog kijken en omlaag kijken.

  2. Afwisselend naar links en rechts kijken.

    C. Convergentie oefeningen (vinger naar de neuspunt bewegen en de vinger met de ogen volgen).

 

Hoofdbewegingen: in het begin langzaam, geleidelijk sneller uitvoeren.

  1. Afwisselend voorover en achterover buigen.

  2. Afwisselend naar links en rechts draaien.

Zittend:

  1. Schouders optrekken en draaien.

  2. Voorover buigen en voorwerpen van de grond oprapen.

  3. Hoofd en romp afwisselend naar links en naar rechts draaien.

Staand:

  1. Overgaan van zitten naar staan, aanvankelijk met open, daarna met gesloten ogen.

  2. Een (pingpong) balletje met een boog van de ene naar de andere hand gooien en dit met de blik volgen.

  3. Een balletje onder de knie door van de ene naar de andere hand gooien.

  4. De oefeningen afwisselen met staan en zitten en om de as draaien.

Lopend:

  1. Al lopend een (pingpong) balletje opgooien en opvangen.

  2. Rondlopen door de kamer met open en gesloten ogen.

  3. Een spel spelen, waarin bukken, uitrekken en mikken met een bal voorkomen. 

     

    Ceasartherapie oefeningen:

    1. Loop langere tijd op een smal pad of blijf op dezelfde rij tegels lopen op een trottoir.

    2. Ga op knieën en handen staan. Strek je linkerarm recht naar voren en je rechterbeen recht naar achteren. Tel hardop tot 10. Wissel daarna van arm en been.


    3. Kniel op een knie, zet je andere voet zover voor je dat je bovenbeen in een haakse hoek op je onderbeen staat. Draai met je rug naar links en strek meteen je rechterarm omhoog. Draai daarna naar rechts en strek je linkerarm omhoog. Herhaal dit een paar keer en herhaal dit alles knielend op je andere knie.


    4. Maak kleine stapjes op je tenen. Je maakt de oefening moeilijker door na elke stap door je knieën te zakken/buigen. Hoe dieper je buigt, hoe hoe hoger je op je tenen loopt en hoe groter de stappen zijn: hoe moeilijker je het jezelf maakt.


    5. Ga op 2 benen staan en buig iets voorover. Stap met je linker voet uit en blijf 1-3 seconden staan. Stap daarna uit naar rechts en sta 1-3 sec op dat been (Schaatsbeweging).  Door verder uit te stappen en langer te blijven staan, maak je je het moeilijker. Door van de stap een sprongetje te maken, waarop je moet landen op je voorvoet en dan af te wikkelen totdat je op je hele voet staat, maak je het nog weer moeilijker.