De volgende ochtend ben ik echt leeg, maar mijn hersens niet, die vinden dat ik nog steeds moet spugen. Ik word gewassen en hou mijn ogen stijf dicht. De touwtjes gaan eraf, monitoren weggereden, niet kijken en ik mag naar mijn kamer. Tijdens het transport hou ik mijn ogen dicht. Als ik controleer of ik wel op mijn kamer ben moet ik weer spugen.

Maar er gloort hoop aan de horizon. Letterlijk en figuurlijk. Want ik kan me focussen op een punt voor mijn bed. Als ik mijn hoofd stil hou en mijn ogen opendoe hoef ik niet te spugen, YES, de eerste overwinning. Nu rustige bewegingen maken. De verpleegkundige komt met een briefje: oefeningen tegen de misselijkheid en duizeligheid. Ik heb mijn bril nodig, maar die gaat niet passen om die tulband op mijn hoofd. Daar zal ik melding van maken op de site van de brughoektumor, dat de anderen daar aan denken. Je moet een bril meenemen die je van te voren door je opticien laat amputeren: pootje eraf. Mijn vrouw neemt ’s avonds een geamputeerde bril voor me mee.

In de loop van die eerste dag gaat het steeds een beetje beter. Mijn rechteroog staat wat verder open en raakt geïrriteerd omdat er het niet helemaal sluit en er geen traanvocht wordt aangemaakt. De oorzaak is dat de aangezichtszenuw is geraakt. Er is ook een klein randje van de tumor op blijven zitten, dat wilden ze niet weghalen om beschadiging en dus verminking te voorkomen. Dat is dan weer een tegenvaller. De verpleegkundige komt met een bekertje thee en oogdruppels. Eerst maar de oogdruppels want de thee is nog heet. De thee smaakt nergens naar. Er zit een rare smaak in mijn mond. Ik denk: dat komt door de narcose. Ze zegt dat het komt omdat de geraakte aangezichtszenuw ook de smaak veranderd. Dat ik thee drink weet ik doordat mijn hersens ergens een link leggen tussen wat ze zeggen dat er in die beker zit en de smaak de ik me herinner. Jammer dat die hersenen dat linkje tussen mijn oude evenwichtsgevoel en de nieuwe situatie niet zo snel leggen. Maar goed, ik hoef in ieder geval niet meer te spugen.

’s Avonds bij het bezoek krijg ik nog een beker thee en een droog kaakje. Veel smaak heeft het niet maar het blijft er in.

De tweede nacht na de operatie heb ik redelijk goed geslapen. ’s Nachts word ik een paar keer wakker omdat ik door mijn half geopende oog zie dat er iemand aan mijn bed staat. Eerst denk ik dat ik het droom, maar het is een verpleegkundige die het infuus vervangt, de drain controleert en de temperatuur opneemt. Ze houden je hier goed in de gaten, want die bacterie kan overal toeslaan (ik weet nu dat het allemaal goed is gegaan).