Wat u kunt doen als u slechthorend bent:

  • Als u wilt dat er rekening met u wordt gehouden, vertel dan altijd aan uw gesprekspartner dat u niet goed hoort. Als u uit schaamte niet vertelt dat u minder goed hoort kunnen er vervelende misverstanden ontstaan. Uw gesprekspartner kan bijvoorbeeld denken dat u niet geïnteresseerd bent, dat u geen gevoel voor humor heeft, of dat u onbeleefd bent.
  • Vertel uw gesprekspartner hoe hij u kan helpen het gesprek beter te laten verlopen. U kunt er immers niet van uitgaan dat een goedhorende weet wat hij moet doen of hoe hij u kan helpen om hem beter te verstaan. Eventueel kunt u hem deze tips laten lezen.
  • Als u doet alsof u iets verstaan heeft, kunnen er ook vervelende misverstanden ontstaan. Iemand kan denken dat hij u iets heeft verteld of gevraagd heeft en u kunt vervelende reacties krijgen als u niet op de verwachte manier reageert.
  • Zorg voor een rustige omgeving met zo min mogelijk achtergrondgeluid. Schakel muziek of televisie uit (als dat mogelijk is). Ga desnoods met uw gesprekspartner naar een andere rustigere ruimte.
  • Houd oogcontact met uw gesprekspartner. Als u het gezicht van uw gesprekspartner kunt zien is het makkelijker te verstaan wat hij zegt. Dit komt omdat u, al dan niet bewust, gebruik maakt van spraakafzien (liplezen).
  • Zorg voor voldoende licht zodat u het gezicht van uw gesprekspartner goed kunt zien. In een schemerige omgeving kunt u het gezicht van uw gesprekspartner niet goed zien. Dit maakt het spraakafzien moeilijker. Doe het licht aan en ga zelf met de rug naar de lichtbron staan zodat het licht op het gezicht van uw gesprekspartner valt. Of ga met uw gesprekspartner naar een beter verlichte plek.


Wat u kunt doen wanneer u met een slechthorende spreekt:

  • Een slechthorende probeert te verstaan door te horen, door te liplezen (spraakafzien) en door gebruik te maken van gezichtsuitdrukkingen en gebaren.
  • Het is belangrijk dat u duidelijk en rustig spreekt zonder dat u overdreven bewegingen met uw mond maakt.
  • Let erop dat de ruimte goed verlicht is. Dit maakt het spraakafzien gemakkelijker, en als u naar de lichtbron kijkt valt het licht beter op uw gezicht.
  • Zorg dat u als u spreekt uw hand niet voor uw gezicht heeft en geen sigaret, sigaar of eten in uw mond heeft.
  • Houd oogcontact. Daarmee vergemakkelijkt u het spraakafzien.
  • Voel u niet opgelaten als de slechthorende u strak aankijkt.
  • Schreeuw niet. Het hoortoestel versterkt het geluid van uw stem al voldoende.
  • Spreek alleen van korte afstand met de slechthorende: Door de akoestiek (galm) wordt spraak slechter verstaanbaar als de afstand groter is. Bovendien zullen stoorgeluiden een groter effect hebben.
  • Spring niet van de hak op de tak, want dan moet de slechthorende te veel overschakelen.
  • Probeer zoveel mogelijk het onderwerp van gesprek eerst te noemen. Dit is vooral belangrijk in een gezelschap.
  • Wees geduldig als u een zin of woord moet herhalen. Zeg hetzelfde woord niet vaker dan twee keer, u kunt dan beter een ander woord nemen of een omschrijving kiezen. Een slechthorende reageert soms wat trager omdat hij eerst luistert of hij u verstaat en dan pas de inhoud tot zich door laat dringen.
  • Schrijf woorden zoals namen, getallen en adressen op. Deze zijn heel moeilijk af te lezen en worden vaak fout verstaan.
  • Een slechthorende kan zijn stemvolume niet of nauwelijks afstemmen op de omgeving. Vraag hem daarom gerust luider of zachter te spreken.
  • Als de slechthorende verkeerd antwoordt, lach hem dan niet uit.
  • Benader een slechthorende nooit ongemerkt van achteren: Hij hoort u misschien niet aankomen en kan dan van u schrikken.
  • Als u zich speciaal tot de slechthorende richt in gezelschap, noem dan even zijn naam of raak hem even aan. Zo weet hij dat hij moet kijken en luisteren.
  • Probeer ervoor te zorgen dat ook in een kringgezelschap de slechthorende kan meepraten en meelachen. Tracht hem bij het gesprek te betrekken (alleen zijn binnen een groep maakt eenzamer dan alleen thuis zijn).
  • Zeg niet: "O, dat is niet belangrijk’ of ‘dat vertel ik je later wel". Als u dat doet beslist ù wat wel of niet belangrijk is voor de slechthorende terwijl hij dat graag zelf wil beslissen.
  • Spreek niet door elkaar. De slechthorende kan slechts één persoon tegelijk volgen.
  • Gun de slechthorende af en toe een rustpauze. Vooral in een discussie of ruzie kan hij zo moe worden van de communicatie dat hij niet meer kan opnemen wat er gezegd wordt.
  • Respecteer de vermoeidheid en de behoefte aan terugtrekken. Slechthorend zijn is vermoeiend.